Titus 2:3-5
Een van de laatste dingen die Paulus in Titus 2 noemt, is dat vrouwen goed moeten zijn. Hij heeft het hier in de eerste plaats niet over goed doen, maar over goed zijn. Ieder mens denkt wel dat hij of zij goede dingen doet, maar Gods Woord is heel duidelijk: “Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één” (Romeinen 3:12).
Daarin ligt het grote verschil tussen een ongelovige vrouw en een godvruchtige vrouw. Wij putten niet uit onze eigen goedheid, maar uit Gods goedheid. Zijn goedertierenheid is onze Bron. Wanneer wij tot bekering en geloof komen, worden wij opnieuw geboren. Die wedergeboorte is de enige reden waarom wij werkelijk goed kunnen doen: wij zijn uit God geboren. Zijn Geest wijst ons dagelijks, in alle omstandigheden, op Zijn goedertierenheid, en daardoor kunnen wij ook goed doen.
We hebben allemaal wel een beeld bij ‘goed zijn’. Het Griekse woord voor goed is agathos: van goede aard, nuttig, heilzaam, aangenaam, oprecht. Bij deze kenmerken moet ik denken aan vriendelijkheid. Paulus schrijft: “Laat uw vriendelijkheid bij alle mensen bekend zijn” (Filippenzen 4:5). Vriendelijk voor onze man, onze kinderen, onze broeders en zusters in de Heere, maar ook voor de wereld om ons heen. Daarom: “Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof” (Galaten 6:10).
Het is gemakkelijk om selectief goed te doen, vriendelijk te zijn voor de mensen van wie we houden. Maar kunnen we ook vriendelijk zijn voor mensen die we minder aardig vinden? Niet met een schijnvriendelijkheid, maar met een oprechte vriendelijkheid. Wat een mooie uitdaging om de Heere te vragen of Hij ons hart wil laten overvloeien van Zijn vriendelijkheid in al onze ontmoetingen.
Voor wat hoort wat?
We zijn allemaal geneigd om goed te doen voor mensen van wie we ook iets ontvangen. Vaak verwachten we iets terug wanneer we iets voor een ander hebben gedaan. Maar als we kijken naar de liefde van de Heere Jezus voor ons, zien we iets heel anders: onvoorwaardelijke liefde. Gods genade is iedere dag zo groot. Soms mogen wij uitdelen van Zijn goedheid, en op Zijn tijd ontvangen wij door genade ook weer goedheid terug.
De Titus 2-vrouw
De Bijbel spreekt over godvruchtige vrouwen. Een vrucht heeft smaak, houdt leven in stand en brengt iets voort. Zo is het ook met ons leven. De Heere God gebruikt ons om Zijn goedheid uit te dragen en Zijn Naam bekend te maken.
Nu er weer een nieuw jaar is aangebroken en de wereld om ons heen steeds donkerder lijkt te worden, is het zo nodig dat wij overvloedig zijn in het goeddoen. We leven in een tijd waarin veel zekerheden wegvallen, maar juist nu kunnen we het verschil maken. Mijn hoop en gebed is dat er in ons hart een steeds groter verlangen groeit om het leven van een godvruchtige vrouw, zoals beschreven in Titus 2, zichtbaar te maken. Dan kan de Heere Jezus krachtig werken om mensen uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht te trekken.
Laten wij ons daarom elke dag bewust zijn van Zijn goedertierenheid:
“Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is. Nieuw zijn zij elke morgen; groot is Uw trouw!”
Klaagliederen 3:22-23
Reacties
Een reactie posten
Bedankt voor je reactie. Hij wordt eerst even gecontroleerd voordat hij verschijnt onder het bericht.